Standaard Streekbussen met
Hainje
carrosserie
1974-1984
TERUG/BACK/RETOUR

Carrosseriebedrijf Hainje uit Heerenveen was sinds 1966 de producent van de standaard stadsbus en bouwde jarenlang vrijwel uitsluitend dit type. Hoewel Den Oudsten eigenlijk de bouwer van de standaard streekbus was, leverde ook Hainje een aantal van deze bussen gedurende de periode 1974-1984. Hierbij waren enkele grote series op DAF MB200 chassis voor NS/ESO bedrijven, de 1200-1383 en 1500-1595, in totaal dus 280 bussen. Daarnaast werden 33 bussen op Volvo B58 chassis gebouwd voor de TET, Cramers, Tensen en de VAD. Tenslotte volgde nog een serie van 40 bussen op Volvo B10M chassis voor de BBA. De DAF MB200 bussen waren gelijk aan de door Den Oudsten gebouwde exemplaren, maar de Volvo’s voor de particuliere bedrijven hadden wel een aantal speciale kenmerken.

KLIK HIER VOOR EEN BOUWLIJST
Volvo -Hainje
TET 86-97: Volvo B58-60 -Hainje, 1976
TET 46-55 (3246-3255): Volvo B58-60 -Hainje, 1978
De TET kocht zijn eerste standaard streekbussen, de serie 86-97, in 1976. Deze werden door Hainje gebouwd op het Volvo B58 chassis met middenmotor. Ze hadden een ZF halfautomaat. De uitstap was achterin en ze werden in de donkerrode TET kleuren geleverd. De banken waren donkerrood en zwarte en stonden op plateaus. Aanvankelijk waren ze uitgevoerd als semitoerbussen en hadden stoelen met stoffen bekleding en witte hoofddoekjes en een radio. Ze waren dan ook regelmatig te zien op dagtochten. In de tachtiger jaren kregen ze normale skai bekleding op de banken. Opvallend was nog de ongedeelde voorruit. Een tweede serie, de 46-55 uit 1978 had 4 zitplaatsen minder en werd meteen uitgevoerd als normale lijnbus. Later werden deze bussen geel geschilderd. De 46-55 kregen nog de administratieve centrale nummers 3246-3255. De 86-97 werden in de periode 1990-1993 afgevoerd, met uitzondering van de 89 die al in 1978 na een ongeval werd gesloopt. De 46 en 49 werden in 1991 verkocht, de 47, 48 en 50-55 in 1994. De meeste bussen werden geëxporteerd naar Zaire en Marokko.
Cramers 15-16 (3350-3351): Volvo B58-55 -Hainje, 1979
Cramers 17-18 (3352-3353): Volvo B58-55 -Hainje, 1980
Busbedrijf Cramers uit Grevenbricht was een van de kleine Limburgse bedrijven die opgingen in het Verenigd Streekvervoer Limburg. De laatste door Cramers aangeschafte bussen waren 4 Volvo B58 met standaard streekbus carrosserie van Hainje. Ze hadden de uitstap achterin en waren wat korter dan de normale 12-meter bussen. De 15 en 16 kwamen in 1979, de 17 en 18 in 1980. De bussen waren in het standaard streekgeel geschilderd met grijze schortplaten. In 1981 gingen ze over naar het VSL en kregen de nummers 9-06, 9-07, 0-08 en 0-09. Door het afwijkende chassis, de achterdeur en het smalle gangpad met op plateaus geplaatste stoelen weken ze sterk af van de andere VSL bussen. In 1985 werden ze daarom verkocht aan de TET waar meer van deze Volvo’s reden en waar de passagiers wel aan de configuratie met een achteruitstap gewend waren. Hier kregen ze de nummers 42-45. Bij het VSL kregen ze in eerste instantie administratief de centrale nummers 3500-3503, maar bij de TET werd hiervan 3350-3353 gemaakt. De 3350-3352 werden rond 1996 afgevoerd, de 3353 werd nog een tijdlang gebruikt als vandalismebus.
Tensen 37,39,40 (3337,3339,3340): Volvo B58-60 -Hainje, 1979
De laatste drie lijnbussen voor Tensen, voordat het bedrijf in 1980 naar de VAD en CN ging, waren zoals gebruikelijk Volvo’s. Maar na jarenlang ZABO carrosserieën te hebben gekocht kwamen er nu standaardbussen van Hainje. Wel kregen deze de bij Tensen gebruikelijke grote filmkast en een uitstap achterin. Ook werden ze in de bekende rode Tensen kleuren geschilderd. Bij de VAD kregen ze 33 voor hun nummer geplaatst en werden ze geel geschilderd. In 1992 werden ze afgevoerd. Twee exemplaren, de 3337 en 3340 gingen naar Fes in Marokko waar ze wit met blauw werden geschilderd en de nummers 310 en 311 kregen. Wegens hun betrouwbaarheid waren het daar geliefde bussen.
VAD 3344-3347: Volvo B58-60 -Hainje, 1980
Deze vier bussen waren nog door Tensen besteld maar werden pas geleverd nadat dit bedrijf naar de VAD was gegaan. De bussen kregen weer de uitstap achterin en stoelen op plateaus. Wel lukte het de VAD nog de grote filmkast af te bestellen en de bussen kwamen dan ook met een normale filmkast en in het streekgeel met grijze schortplaten op de weg. Later werden de grijze schortplaten geel geschilderd. Ze reden in het voormalige Tensen gebied tussen Amersfoort en Bunschoten/Spakenburg. In 1994 gingen ze mee over naar Midnet bij de fusie van VAD en CN. In 1996 werden ze verkocht.
BBA 901-940 (3200-3239): Volvo B10M-55 -Hainje, 1980-1981
De BBA kocht al jaren een mengsel van DAF en Volvo bussen, sinds medio zestiger jaren met ZABO carrosserie. Toen ook de BBA centraal ging inkopen stapte men over op standaard streekbussen. Ook toen werden weer zowel DAF’s als Volvo’s gekocht, in eerste instantie beide met Hainje carrosserie. Deze waren grotendeels gelijk aan de voor NS/ESO bedrijven gebouwde exemplaren maar kregen wel de gebruikelijke grote ZABO filmkast. In 1980 kwamen 40 Volvo’s, de 901-940 (centrale nummers 3200-3239). Ze hadden de rode banken zonder plateaus en een brede instap. Het Volvo B10M chassis had hierdoor een wielbasis van 5,5 meter. Deze serie had een Allison MT644 volautomatische versnellingsbak en TELMA rem. De Volvo motor was van het type THD 100 DC met 242 pk, later teruggebracht naar 212 pk. Ze waren geel met een witte bovenkant en een witte “band” onder de ramen. Geen van deze bussen kreeg de nieuwe blauw met oranje schortplaten. Ze werden zeer intensief gebruikt en maakten veel kilometers. De 906 werd in 1994 na een brand afgevoerd, de rest werd in 1996 en 1997 verkocht. Zo'n 20 exemplaren gingen naar Tuzla in voormalig Joegoslavië en zes gingen naar Agadir in Marokko. Drie chassis werden naar Australië verkocht, twee bussen gingen naar Carlier en de overigen kregen diverse bestemmingen bij particulieren.
DAF MB200DKDL600 -Hainje, ESO serie 1200-1383
CN 1200-1224: DAF MB200DKDL600 -Hainje, 1974
De eerste 25 Hainje bussen op DAF MB200 chassis werden in 1974 aan Centraal Nederland geleverd. Ze waren in de normale standaard uitvoering van dat moment; geel met grijze schortplaten, smalle instap, rode banken op plateaus en een grille met grote DAF letters en een klein Hainje embleem. Ze hadden de standaard Wilson GB340 halfautomatische versnelling. De serie reed zijn rondjes zonder opzienbarende gebeurtenissen. Ze werden afgevoerd in 1988-1991. De 1215 verbrandde, de 1200 en 1224 werden gesloopt, de rest werd verkocht voor export.
CN 1225-1274: DAF MB200DKDL600 -Hainje, 1975
De tweede levering van DAF MB200-Hainje bussen aan Centraal Nederland verschilde alleen van de eerste door de andere grille met de strip met daarop DAF -Hainje. Ze hadden dus weer de rode banken op plateaus, de smalle instap en waren geel met grijze schortplaten. Deze buzzen hadden een ZF halfautomaat met 3 versnellingen die zelf (soms te snel) terugschakelde. De 1241 verongelukte in 1984, de 1273 en 1274 werden in 1988 verkocht, de rest in 1990-1993. Alleen de 1229 was nog aanwezig toen CN met VAD in 1994 tot Midnet fuseerde. De meeste bussen werden geëxporteerd, enkele gingen eerst nog naar particuliere bedrijven zoals Carlier, Vlastuin en Van Dam en enkele andere kregen een andere bestemming.
NZH 1275-1324: DAF MB200DKDL600 -Hainje, 1976
Ook de NZH kreeg in 1976 vijftig DAF MB200DKDL600 -Hainje standaard streekbussen die volledig gelijk waren aan de andere streekbussen uit die tijd, dat wil zeggen met grijze schortplaten, smalle instap. Ze hadden weliswaar de rode banken, maar in tegenstelling tot de CN bussen waren deze niet op plateaus geplaatst zodat ze een volledig vlakke vloer hadden. De 1284 verbrandde in 1985. De 1290 werd in 1990 afgevoerd, de rest tussen 1991 en 1994. Maar liefst 19 bussen werden na brand bij de NZH afgevoerd in januari 1993. De meeste overgebleven bussen werden geëxporteerd naar onder meer Marokko, Cuba, Kroatië en Hongarije. De 1278 werd politiebus, de 1318 ging naar Smits in Lith.
VAD/Flevodienst 1325-1349: DAF MB200DKDL600 -Hainje, 1979
In mei-october 1979 werd de serie 1325-1349 uitgeleverd aan de VAD. De Flevodienst was toen al deel van de VAD. De 1325-1334 en 1346-1349 kregen Flevodienst logo's. In 1981 werden de bedrijven volledig samengevoegd en kregen alle bussen VAD opschriften. Deze bussen hadden de rode banken op plateaus, een smalle instap en een middenuitstap. Ze hadden grijze schortplaten, maar deze werden later geel geschilderd. Vanaf 1992 kwamen nogal wat van deze wagens officieel in dienst bij VAD Tours, waarbij het enige verschil bestond uit de nieuwe nummers in de 100-serie. In 1994 fuseerde de VAD met CN tot Midnet. Alle bussen gingen mee naar Midnet of Midnet Tours. In 1995-1997 werden deze bussen afgevoerd, de meeste voor export. De 1327, 1333 en 1338 haalden nog de Connexxion tijd als Midnet Tours 162, 161 en 163.
GSM 1350-1365: DAF MB200DKDL600 -Hainje, 1979/1980
GSM 1366-1383: DAF MB200DKDL600 -Hainje, 1980/1981
De GSM was in 1977 voortgekomen uit de GTW toen dit bedrijf ook onder de hoede van de NS/ESO kwam. Het bedrijf had weliswaar al standaardbussen gekocht maar hield vast aan de deurindeling met de uitstap helemaal achterin, groen geruite stoffen bekleding op de stoelen, een bagagebox achter de chauffeur en een interieur met houtnerfplaten. Deze bussen hadden een Wilson  halfautomaat met electrische CAV aansturing. Ook hadden ze een afwijkend ventilatiesysteem waardoor ze de roosters op het dak misten. Aanvankelijk hadden ze de grijze schortplaten en witte bovenkant, maar later werden ze helemaal geel met zwarte raamlijsten. Ook de door Hainje in 1979-1980 geleverde series DAF MB200 standaardbussen hadden deze kenmerken. De 1364-1383 werden in mei 1993 ingeruild bij Berkhof waarna een gedeelte werd doorverkocht naar de particuliere bedrijven Jack de Kort, Haan en Carlier en een ander deel naar Marokko ging. De 1350-1351 waren in 1986 naar Veldhuis gegaan als nummers 33 en 34. De 1352-1355 gingen in 1992 naar toerdochter Bax als 52-55 en vandaar naar GVM-Tours als 970-973. De 1362 verbrandde in 1992, de rest ging naar de opvolger van de GSM, de GVM, in 1993. Met uitzondering van de 1362 kwamend eze daarna nog heel even bij Oostnet terecht. De 1363 werd museumbus.
DAF MB200DKDL564 -Hainje, ESO serie 1500-1595
BBA 651-676 (1500-1525): DAF MB200DKDL564 -Hainje, 1981-1982
BBA 677-678 (1526-1527): DAF MB200DKDL564 -Hainje, 1983
In de periode 1981-1984 leverde Hainje een tweede serie standaard streekbussen voor de ESO bedrijven, genummerd 1500-1595. Ook de BBA kocht nu zijn bussen centraal in en kreeg er uit deze serie. Zoals op dat moment gebruikelijk kregen deze bussen de brede instap en korte wielbasis. Ze hadden een Allison MT644 volautomatische versnelling en TELMA rem. De BBA bussen kregen ook nog een grote filmkast. Ze werden geleverd in het streekgeel met grijze schortplaten die later ook geel werden geschilderd. Een aantal bussen kreeg nog later de nieuwe blauw/oranje schortplaten. De BBA kreeg twee series van deze uitvoering, de 651-676 en de 677-678. Vijf stuks werden in 1992 naar MPK Kornik in Polen verkocht en vier ander bussen gingen in 1994 ook naar Polen. Verscheidene bussen uit deze groep gingen naar dochter BBA Tours en de particuliere bedrijven Carlier, Noot, De Zwaluw en De Scheldestroom.
DVM 1528: DAF MB200DKDL564 -Hainje, 1982
De serie 1528-1555 was één bestelling bij Hainje maar werd verdeeld over 4 bedrijven. De DVM kreeg een wel heel kleine “serie”, bestaande uit één bus. Ook deze was volledig gelijk aan de standaardbussen uit die tijd; brede instap en korte wielbasis, rode banken zonder plateaus en grijze schortplaten. Hij ging in 1982 naar de DVM-NWH en in 1986 naar VEONN. Na eerst nog “kunstzinning” beschilderd te zijn door schoolkinderen, werd hij in 1997 verkocht aan de Havenservice Hoekse Waard.
NZH 1529-1539: DAF MB200DKDL564 -Hainje, 1982
De NZH kreeg in 1982 een serie DAF MB200 standaardbussen met Hainje carrosserie in de uitvoering met brede instap en korte wielbasis, zoals toen gebruikelijk. Ze hadden de rode banken zonder plateaus en waren gelijk aan de toenmalige Den Oudsten bussen. In 1991/1992 gingen de 1532-1539 voor groepsvervoer over naar NZH Travel en werden daarbij omgenummerd in 532-539. Ook kregen ze rode in plaats van zwarte NZH stickers maar verder veranderde er niets. De 537 verbrandde in 1992, de 535 werd in 1997 afgevoerd. Bij een herstructurering werden de 532-534, 536, 538, 539 overgeschreven op NZH Groepsvervoer. In mei 1999 kwam ook dit bedrijf onder de vlag van Connexxion en kregen sommige, maar niet alle, bussen Connexxion stickers. Daar werden ze in 2000/2001 afgevoerd. Alleen de 539 onstprong nog de dans. Hij werd vernummerd in 537 en kwam bij Connexxion dochter CTG terecht. Van de drie niet vernummerde bussen was de 1531 in 1993 verbrand. De 1529 en 1530 gingen naar Connexxion. De 1529 werd daarna CTG 887.
VAD 1540-1543: DAF MB200DKDL564 -Hainje, 1982
Een kleine serie DAF MB200-Hainje met brede instap kwam bij de VAD terecht. Ze waren volledig in standaard uitvoering met rode banken zonder plateau en met grijze schortplaten. De versnellingsbak was van het type Wilson GB340. Later werden ook de schortplaten geel geschilderd. In 1994 gingen ze mee over naar Midnet maar bleven in het oude VAD gebied rijden. Ook bij de overgang naar Connexxion waren ze nog aanwezig, alhoewel sommige officieel van Midnet Tours waren en groepsvervoer reden. Dit was echter niet aan de bussen te zien, ze behielden hun nummers en hadden normale Midnet en later Connexxion stickers.
ZWN 1544-1555: DAF MB200DKDL564 -Hainje, 1983
Als vierde bedrijf kreeg ZWN een aantal bussen uit bestelling 112 van Hainje, in januari-maart 1983. Deze bussen hadden een halfautomatische Wilson GB340 versnellingsbak.. Ze waren in de bekende uitvoering met grijze schortplaten en rode banken zonder plateau. In 1994 ging ZWN samen met Westnederland op in het nieuwe ZWN-OV en gingen deze bussen mee. Ze werden verspreid over het nieuwe vervoergebied. Bij de vorming van Connexxion in mei 1999 waren nog 5 bussen aanwezig: de 1544, 1550, 1551, 1554 en 1555. Deze waren nog steeds in de originele uitvoering. De overige bussen waren toen al verkocht, onder andere aan de AMZ en Lion Cars. Drie stuks gingen in 1998 naar een VSN project in de voormalige Soviet Unie.
GADO 1556-1563: DAF MB200DKDL564 -Hainje, 1983
De GADO kreeg eind 1993 de 1556-1563. Dit waren de laatste Hainje standaardbussen in de oude uitvoering met grijze schortplaten en voordeuren met twee ruiten per blad. Ook hadden ze nog de rode banken. Wel waren het de eerste DAF MB200 -Hainje met een extra rooster in het front voor de defroster. De 1558 werd in 1995 ingeruild en ging naar de NAM. De overige werden donkergeel geschilderd. De 1557 ging als enige naar Arriva in 1999, de rest werd voor die tijd afgevoerd.
GADO 1564-1570: DAF MB200DKDL564 -Hainje, 1984
De tweede serie GADO bussen werd geleverd in april-juli 1984, nadat een aantal cosmetische veranderingen bij de standaardbussen was doorgevoerd; de schortplaten waren geel geworden en de voordeuren hadden nu één grotere ruit per deurblad in plaats van twee. Ook kregen de banken nu bruine bekleding en oranje platen op de achterkant in plaats van rode met witte platen. Bij de GADO werden in de negentiger jaren veel bussen helemaal geel geschilderd, wat ook bij deze serie gebeurde. In juli 1995 werden ze alle 7 verkocht aan Midnet Tours voor groepsvervoer. Een gedeelte was ook nog aanwezig na mei 1999 en kreeg Connexxion opschriften.
BBA 679-693 (1571-1585): DAF MB200DKDL564 -Hainje, 1984
BBA 694-703 (1586-1595): DAF MB200DKDL564 -Hainje, 1984
In 1984 kreeg de BBA de laatste twee bestellingen van de 1500-serie. Deze volgden de trend en kregen meteen gele schortplaten, voordeuren met grote ruiten, bruine banken en een ZF 4 HP 500 volautomatische versnelling en een retarder. Later kreeg een gedeelte van deze bussen de nieuwe blauw/oranje schortplaten. De eerste bussen werden in 2000 afgevoerd en verscheidene zijn als groepsvervoerbussen terecht gekomen bij Arke-TAD, De Scheldestroom, Klaassen, de AMZ en Verschoor.